Dagdagelijks Kind 4

Spoed

Gisterenavond besloot Kind 4 dat het tijd was voor wat spanning en sensatie en ze sprong pardoes van de speelgoedkast en viel haar tanden door haar onderlip op de Duploblokken. Uiteraard was de Duplo ongeschonden, het blijft kwaliteitsspeelgoed.

Maar echt niet te geloven hoeveel bloed er uit zo’n klein lipje komt. En nog wonderbaarlijker is dan hoe snel al dat bloed zich meteen verspreidde over het hele gezicht, de kledij en alles wat zich in een straal van minder dan 2 meter rond Kind 4 bevond.

Gezien ik vind dat ze nog te jong is voor een piercing, besloot ik om naar de spoedafdeling te rijden.  Het ritueel van in de auto stappen werd versneld; Jassen? Niet nodig. Schoenen? Trek maar in de auto aan. Radio? Geen tijd.

Onderweg naar het ziekenhuis kwamen de vragen van Kind 1 en 2:  “Moet Zusje daar dan blijven? Moeten wij daar dan ook blijven? Gaan wij het bed van de dokter zien? Want hij moet toch ook bijna slapen he?  En krijgt Zusje dan een pleister?” Ondertussen krijste Kind 4 de boel bij elkaar, een combinatie van schrik, pijn en vermoeidheid, want ja, die dingen gebeuren natuurlijk net voor etens- en bedtijd.

Aangekomen op de spoedafdeling besloot Kind 2 om ons aan te melden en voerde het woord: “Wij komen voor de dokter want Zusje is stom geweest en nu bloedt het”.  Kijk, als dat nu niet to the point is!

De assistent-kinderarts kwam kijken. “Denk je dat ze gaat bijten als ik met mijn vingers in haar mond voel?” Wat had je gedacht? Uiteraard. Onze kleine pitbull .   De tandjes zaten gelukkig nog goed vast en de wonde aan de binnenkant was behoorlijk diep maar zou vanzelf genezen binnen een paar dagen.

Het sneetje aan de buitenkant moest echter wel gehecht worden, dacht ze. Alleen moest een daarin gespecialiseerde arts daar over oordelen en die zat in een ander ziekenhuis.  Ik verzamelde de troepen en we vertrokken. Gelukkig kwam op dat ogenblik de Wederhelft aan gesjeesd. Ik had hem enkel een berichtje gestuurd dat hij naar de spoedafdeling moest rijden i.p.v. naar huis, dus hij had nog geen flauw idee wat er aan de hand was. Bij nader inzien niet heel erg tactvol van mij.

3 kinderen gingen met de Wederhelft naar huis. 1 autostoel werd verplaatst en ik reed naar de andere spoedafdeling. Daar werden we gelukkig erg snel geholpen. Een kind dat een pijngrensoverschrijdend decibelgehalte produceert, is een goede reden om bovenaan de lijst gezet te worden. De heelkundige keek op gevaar van eigen leven naar het wondje, kreeg een welgemikte trap in de familiejuwelen – ja, ik kon niet én haar handjes én haar voetjes in bedwang houden – en besloot dat hechten of lijmen geen zin had omdat het al uit zichzelf aan het sluiten was.  Oef.

We moesten enkel nog ‘even’ wachten op een nota voor in het dossier van de huisarts. 50 minuten later konden we vertrekken.  Kind 4 had al die tijd rustig gespeeld in de wachtzaal. Ze had door dat ze met rust gelaten zou worden en begon op luide toon op iedereen commentaar te geven, gelukkig nog in brabbeltaal. Iedere brancard die passeerde werd bestempeld als: “Wooooooow, auto, vroem vroem”. Een hele belevenis voor haar dus.

Toen we eindelijk weer thuiskwamen heb ik mezelf toch een goed glas wijn ingeschonken. Hoewel er bij nader inzien niets aan de hand bleek te zijn, is dit toch niet goed voor mijn moederhartje 🙂

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers op de volgende wijze: